WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Cantharellus xanthopus

Deze paddestoel heeft een bruine, golvende hoed en een holle, oranjegele steel. De onderkant van de hoed is voorzien van gele tot kleurloze nerven. De hoed, drie tot zeven cm breed, is aanvankelijk ingedeukt maar al snel trechtervormig en heeft een golvende, gerimpelde rand. Vlak boven de steel is hij geperforeerd. De bovenkant is natuurlijk vezelig tot licht schubbig maar wordt geleidelijk glad. Hij is droog, dof, oker- tot donkerbruin; het vlees is dun. Aan de onderkant, die eerst glad is, vormen zich al snel lamelachtige, aflopende, ondiepe plooien of nerven met dwarsvertakkingen, die crème, gelig, kleurloos of oranjegeel zijn. Met het verouderen worden ze wittig en berijpt. De steel is drie tot negen cm lang en vijf tot twaalf mm dik. Naar boven verbreedt hij zich en onderaan loopt hij smal toe; daartussen is hij regelmatig cilindrisch, meestal gerimpeld, hol en goud- tot oranjegeel. Het vlees is dun, zacht, vezelig en wittig. Het heeft een zachte smaak en een sterk zoetige geur die aan pruimen doet denken. Oude exemplaren hebben geen aangename geur. Deze paddestoelen groeien van augustus tot begin november onder naaldbomen, voornamelijk onder sparren. Ze zijn ook gesteld op vochtige, met mos bedekte grond op een kalkhoudende voedingsbodem. Ze groeien zowel in heuvelachtige gebieden als in de bergen, maar worden zeldzamer naar mate men hoger komt. In sommige streken is het een algemeen voorkomende paddestoel, die meestal in groepjes groeit.
Deze soort is eetbaar en smakelijk, maar gezien zijn zeldzaamheid van weinig nut.
 


Klik hier om deze pagina als je startpagina in te stellen !

Google
 
Web www.worldexplorer.be
www.infoblog.be
© 2006 - WorldExplorer