WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Flammulina fennae

Kenmerkend voor deze soort is de fluwelige steel, de groeiwijze in bundels op in de grond verborgen hout, en de groeiperiode : zowel in de zomer als in de herfst, zolang het niet vriest. De hoed is twee tot vijf cm breed, crème- tot lichtgeel, maar ook wel eens okerkleurig tot roestbruin. De plaatjes staan vrij dicht op elkaar en ze zijn roomwit, soms bruingevlekt. De steel, drie tot zes cm lang en drie tot zes mm dik, is bruinzwartig, bovenaan iets lichter van kleur, en via een lang wortelachtig deel (een typisch kenmerk) vastgehecht op het in de grond verborgen hout. Het vlees is dun, buigzaam, heeft een neutrale geur en geen specifieke smaak. Deze paddestoel groeit van mei tot november op in de grond verborgen houtresten; hierdoor wekt hij de indruk een in de grond groeiende soort te zijn. Hij groeit het liefst op open plekken in het bos en in weilanden langs het water. Deze paddestoel is te vinden van het laagland tot in de bergen, maar is wel zeer zeldzaam. Het is niet bekend of deze paddestoel eetbaar is; het onderzoek daarnaar is nog niet afgerond.
 

© 2006 - WORLDEXPLORER
Google