WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Grauwe amaniet

Amanita excelsa, A. spissa
Kenmerkend voor deze amaniet zijn de grijs getinte hoed en steel, de ongegroefde hoedrand, de geribbelde ring en de steel, die uitloopt in een puntige, knots- of kegelvormige knol. De hoed is vijf tot vijftien cm breed en vlezig; het bruin- of asgrijze oppervlak is bedekt met wittige of grijzige wratjes, bij jonge exemplaren zelfs vaak met korstjes. De plaatjes zijn buikig, opeenstaand en wittig. De steel is zes tot vijftien cm lang en twee tot 3,5 mm dik. Bovenaan is hij gegroefd; onder de wittige ring is hij schubbig tot bijna glad. Hij is wittig tot bruingrijs van kleur. Het vlees is sappig en wittige; de smaak en de geur ervan doen aan rauwe aardappel denken.
Deze paddestoel groeit van juni tot september in loof- en naaldbossen, bij voorkeur onder sparren. Hij gedijt op een zure of neutrale grond. Grauwe amanieten komen overvloedig voor, zowel in het laagland als in heuvelachtige gebieden. Ze zijn wel eetbaar, maar hebben geen bijzondere smaak.
 

2006 - WORLDEXPLORER
Google