WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Kenmerken zoogdieren
 

De haren

De haren die op de huid - in feite in de huid - groeien, bestaan uit een hoornachtige stof. Aan de onderkant, het dichtst bij de huid, zijn de haren dikker dan aan het uiteinde. Het dikkere uiteinde is de wortel, waarmee een haar in de lederhuid vastzit. De haren van de zoogdieren zijn zeer eenvoudig van opbouw. De buitenste laag of de schors van een haar bestaat uit rekbare hoornen vezels, met daarbinnen het haarmerg. De kleur van een haar kan pikzwart zijn of spierwit. Dat hangt af van de hoeveelheid pigmentkorreltjes of luchtblaasjes die zich in het haar bevinden. De haarwortels groeien uit de follikels of haarzakjes, die schuin door de opperhuid lopen, allemaal in dezelfde richting. Onderaan elk haarzakje zit een spiertje. Als dat spiertje zich samentrekt, verandert de stand van de haarwortel en dan gaat het haar rechtop staan. Dit verschijnsel doet zich voor bij de mens, als hij 'kippevel krijgt'. Niet alle haren zijn hetzelfde. Er bestaan donzige haren en golvende haren, maar ook harde en rechte haren, die soms heel dik zijn.
Het doel van de haren is, het dier te beschermen tegen koude. Dit is vooral belangrijk omdat de lichaamstemperatuur van de zoogdieren tamelijk gelijkblijvend moet zijn. Veel zoogdieren, vooral de zoogdieren die in koude en gematigde streken leven, hebben een dubbele vacht : een zomervacht en een wintervacht. De zomervacht bestaat meestal uit gewoon hard haar. In de herfst groeien daar donsharen tussen, die als bescherming tegen de komende kou moeten dienen. In het voorjaar valt de wintervacht van donshaar dan meestal weer uit.
Er zijn zoogdieren die helemaal geen haar hebben. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de zeekoeien en de wasvis-achtigen, die altijd in het water leven. Sommige van deze dieren hebben op hun lippen enkele borstelige haren. Er zijn ook echter dieren die op het land leven en die maar weinig haar hebben. Voorbeelden hiervan zijn de olifant en de mosmuis. Bij sommige dieren zijn de haren heel dik en hard, zoals bij de varkens. Soms zijn de haren zo dik en hard dat het echte stekels zijn, zoals bij het stekelvarken en de mierenegel. Die (stekel)haren hebben tevens een beschermende functie tegen aanvallers.
Dikwijls hebben de haren van een vacht zulke kleuren dat ze tevens dienen als camouflage of schutkleur. Zo'n vacht kan gevlekt of gestreept zijn, maar ook één kleur hebben. Duidelijke voorbeelden hiervan zien we bij de alpenhaas, de poolvos en de hermelijn. De kleur van de vacht van deze dieren in tijdens de zomer anders dan in de winter. De hermelijn is bijvoorbeeld in de zomer grijs en in de winter wit.


Klik hier om deze pagina als je startpagina in te stellen !

Google
 
Web www.worldexplorer.be
www.infoblog.be
© 2006 - WorldExplorer