WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Hygrophorus penarius

Kenmerkend voor deze wittige paddestoel zijn de niet slijmige hoed met ver uiteenstaande plaatjes en een spits toelopende steel. Bovendien groeit hij alleen op een kalkhoudende grond en onder loofbomen. De hoed is vijf tot twaalf cm breed, eerst bolrond, later plat tot deels ingedeukt, soms met een kleine, stompe knobbel en vrij lang voorzien van een gebogen rand. Bij jonge vruchtlichamen en bij vochtig weer is de hoedhuid een beetje plakkerig maar niet slijmig; met de tijd wordt hij droog, dof en glad. Hij is helemaal wittig, in elk geval bij jonge exemplaren. Is de paddestoel volgroeid, dan zien we meestal een wittige hoed met een okergeel midden.
De plaatjes zijn licht aflopend, breed, vrij dik, buigzaam, aanvankelijk wittig tot crèmekleurig, later licht okergeel en soms hier en daar roodachtig. De steel, vijf tot acht cm lang en anderhalve tot twee en een halve cm dik, is cilindrisch, kegel- of spoelvormig, onderaan krom, hard, stevig en vol. Het oppervlak is eerst een beetje plakkerig, later droog, bedekt met korrelige vlokjes, wittig en onderaan gelig van kleur. Het vlees is vrij dik, compact, stevig, nogal droog, een beetje vezelig in de steel, en wittig; in de voet is het rozig. Het geurt zwak en heeft geen opvallende smaak.
Deze paddestoel groeit van september tot oktober in loofbossen, bij voorkeur onder eiken en beuken, maar altijd op een kalksubstraat. Hij is te vinden van het laagland tot in het laaggebergte en hier en daar in grote aantallen. Deze paddestoel is eetbaar, maar heeft geen opmerkelijke smaak. U kunt hem vers verwerken in paddestoelenschotels of inleggen in zuur.
 

© 2006 - WORLDEXPLORER
Google