WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Kenmerken zoogdieren
 

De leefwijze van de zoogdieren

Sommige zoogdieren brengen hun hele leven in het water door. Andere kunnen voor korte of lange tijd op het land leven, zoals de zeehonden en de zeeleeuwen. De waterzoogdieren kunnen zich eigenlijk alleen in het water goed bewegen, maar toch kunnen ze niet in het water ademhalen. Ze moeten voortdurend uit het water opduiken om lucht te happen. De waterzoogdieren hebben het voordeel dat hun gewicht en omvang geen rol spelen bij hun bewegingen. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de grootste waterzoogdieren, de walvissen, tevens de grootste zoogdieren zijn. Een flinke walvis weegt ongeveer 150.000 kg en een olifant 'slechts' 7.000 kg.
Dan zijn er nog de zoogdieren die in de grond leven, zoals de mol, de buidelmol en de buidelrat. En vleermuizen zijn zoogdieren die in de lucht leven, al zijn ze dan ook de enige van hun klasse.
De meeste zoogdieren leven dus op het land. Ze leiden over het algemeen een rustig bestaan en houden zich voornamelijk bezig met het zoeken naar voedsel. Deze rust wordt echter verstoord in de periode van de paring, bij de geboorte van de jongen en bij het grootbrengen van de kroost. De meeste zoogdieren zijn polygaam, wat wil zeggen dat een mannetjesdier met verschillende vrouwtjes paart. Alleen de dwergantilopen en enkele aan hen verwante families zijn volstrekt monogaam. Van deze dieren paart een mannetjesdier uitsluitend met hetzelfde vrouwtjesdier.
In de meeste gevallen bestaat er een duidelijk verschil tussen de mannetjesdieren en de vrouwtjesdieren van een soort. Dat verschil kan op velerlei manieren tot uiting komen.
De mannetjes zijn meestal groter en wat steviger gebouwd dan de vrouwtjes. Bovendien hebben de mannetjes dikwijls organen die bij de vrouwtjes ontbreken of alleen in een zeer primitief stadium aanwezig zijn. Zo hebben bijvoorbeeld alleen de mannetjes-olifanten slagtanden. Bij de herten hebben alleen de mannetjes een gewei en bij de narwal heeft alleen het mannetje één lange tand. Het mannetje van het vogelbekdier heeft een grote klier, die dient voor het voortbrengen en onschadelijk maken van vergif. In de paartijd verhuizen sommige dieren soms naar meer geschikte streken voor het grootbrengen van de jongen.
Als voedsel voor de zoogdieren dienen bijna alle bestaande planten en dieren. De kenmerken van de ledematen en het gebit staan in nauw verband met de voeding. Ook de manier waarop het dier zijn voedsel verzamelt, is daarbij van groot belang.


Klik hier om deze pagina als je startpagina in te stellen !

Google
 
Web www.worldexplorer.be
www.infoblog.be
© 2006 - WorldExplorer