WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Lentinus tigrinus

Kenmerkend voor deze paddestoel zijn de geschubde, trechtervormige hoed en de geel kleurende plaatjes. De hoed is drie tot acht cm breed, hij is eerst bolrond, maar al snel ingedeukt en krijgt uiteindelijk een trechtervorm. Hij is taai, heeft dun vlees en is dicht bevlekt met vezelige, bruinige schubben. De plaatjes zijn laag, dicht opeenstaand en lopen duidelijk af langs de steel. Ze zijn eerst wittig, maar kleuren al snel geel of citroengeel om tenslotte okerkleurig te worden. De randen van de plaatjes zijn ietwat getand. De steel, twee tot zeven cm lang, vier tot acht mm dik, is vol, erg hard en buigzaam. Hij heeft in het begin een vliezige, vergankelijke ring. Bovenaan is hij crèmekleurig en onderaan bedekt met bruingrijze vlokjes. Het vlees is dun, taai, elastisch, wittig en soms geel. Het heeft geen onaangename geur, maar een weinig opvallende smaak.
Deze soort groeit van eind april tot oktober in groepjes op stronken of stammen van dode loofbomen, met name op wilgen, populieren, eiken en esdoornen. U treft ze aan van het laagland tot in de bergen. In bossen met open plekken komt u ze soms in grote hoeveelheden tegen, elders komt hij sporadisch voor of is hij zelfs zeldzaam.
Door het taaie vlees is deze paddestoel niet eetbaar. Toch kunnen heel jonge exemplaren nog wel goed verteerd worden, vooral als ze verbrokkeld worden. Overigens lenen deze paddestoelen zich ook goed voor het maken van een extract dat aan soepen toegevoegd kan worden.
 


Klik hier om deze pagina als je startpagina in te stellen !

Google
 
Web www.worldexplorer.be
www.infoblog.be
© 2006 - WorldExplorer