WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Rodekoolzwam

Laccaria amethystea
Het vruchtlichaam van deze soort is helemaal paars getint. De hoed is twee tot zes cm breed, eerst halfbolvormig, in het midden ingedeukt, en met een gebogen rand. Later is hij plat tot breed en trechtervormig en voorzien van een golvende rand. Het oppervlak is droog, meestal dof, fijnbepoederd tot schubbig; bij vochtig weer is het donkerpaars of paarsbruin, bij droog weer lichtpaars. De plaatjes zijn breed aangehecht tot licht langs de steel aflopend, buikig en ver uiteenstaand. Bij jonge exemplaren zijn ze donkerpaars, bij volgroeide exemplaren paars en met een wit sporenstof bestoven. De steel, vier tot twaalf cm lang en vier tot acht mm dik, is cilindrisch, vol, soms bovenaan hol, en bedekt met wittige, schubbige vlokken op een donkerpaarse ondergrond. Onderaan is hij viltig. Het vlees is dun, soepen, hygrofaan, zacht in de hoed, vezelig in de steel en paars tot bruinroze. Het heeft een lichte, fruitige geur en een zachte smaak.
Deze paddestoel groeit van juni tot november in loof- of naaldbossen, vooral op vochtige, met veenmos bedekte plekjes. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende grond en komt zeer veel voor van het laagland tot in de bergen. Het is een eetbare, vrij smakelijke paddestoel, die heel goed verwerkt kan worden in een gemengde paddestoelenschotel.
 

2006 - WORLDEXPLORER
Google