WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Viltige judasoor

Auricularia mesenterica
Deze paddestoel is te herkennen aan de behaarde hoed met zonneringen op de bovenkant en aan de gerimpelde, paarsbruinige onderkant. De vruchtlichamen hebben geen duidelijke vorm of zijn opgebouwd uit verschillende alleenstaande of vergroeide hoedjes, die zijn gerangschikt op dakpansgewijs gevormde lagen. Ze zijn drie tot acht cm breed en twee tot vier mm dik. De hoeden zijn gelobd of schelpvormig en vertonen altijd plooien. De bovenkant is duidelijk gestreept en bedekt met fijne haartjes; hij is bruin tot olijfbruin en heeft een afgeronde, stompe, golvende rand die geleiachtig, glad en wittig tot olijfbruin is. De onderkant is nerfachtig geaderd, celvormig tot gegroefd en paars- tot roodbruin. Het vlees is eerst veerkrachtig maar wordt bij veroudering hoornachtig, hard en teer. De bovenkant is leerachtig.
Deze soort groeit het hele jaar door, met name in de herfst, in de wintermaanden en wanneer de dooi intreedt. De paddestoelen leven als parasieten of als saprofieten op het hout van loofbomen, bijvoorbeeld op de beuk, esdoorn, es, paardekastanje, iep en populier. Ze zijn vooral te vinden op open plekken in het laagland, minder vaak in hooggelegen gebieden, en komen met name in Zuid-Europa algemeen voor. In Midden- en West-Europa verschijnen ze vooral in de warme gebieden. De witrot in het bos vindt in deze paddestoel zijn oorsprong. Het viltige judasoor is niet eetbaar.
 


Klik hier om deze pagina als je startpagina in te stellen !

Google
 
Web www.worldexplorer.be
www.infoblog.be
© 2006 - WorldExplorer