WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Vroege leemhoed of geringde vroegeling

Agrocybe praecox
Deze paddestoel is te herkennen aan de vliezige sluier, die bij jonge exemplaren de plaatjes bedekt. Hieruit ontwikkelt zich later een ring, die bij het verouderen weer verdwijnt. De hoed is drie tot acht cm breed, eerst bolrond, maar al snel plat; het oppervlak is glad, hygrofaan en roomwit tot okerbruin. De plaatjes zijn in het begin wittig, later grijzig en daarna bruinig tot zwartbruin. De steel, vier tot tien cm lang en vijf tot tien mm dik, is bij oude vruchtlichamen hol; onderaan zijn wittige myceliumdraden zichtbaar. Hij is bijna glad en wittig tot crèmekleurig en lichtgeel. Het vlees is zacht, wittig en in de steel bruinig. De smaak en geur doen aan meel denken; rauw smaakt het meestal bitter. Deze paddestoel vindt u van mei tot juli niet alleen in grazige loof- of naaldbossen en langs bosranden, maar ook in parken, boomgaarden, onder struikgewas, langs akkers en in wegbermen. Deze paddestoel komt overal overvloedig voor, van het laagland tot in heuvelachtige gebieden. Hij is eetbaar en geschikt om in een gemengde paddestoelenschotel te verwerken.
 

© 2006 - WORLDEXPLORER
Google