WORLDEXPLORER     

Siteoverzicht
Email
Homepage
    

Rubriek : Paddestoelen
 

Xerocomus badiorufus

Deze paddestoel lijkt op de kastanjeboleet. Hij onderscheidt zich daarvan door de groei onder beuken en eiken en zijn voorkeur voor een zure, zandige grond tussen de hei. De hoed is vijf tot vijftien cm breed, bolrond, soms ietwat hol en meestal onregelmatig golvend. Hij is gerimpeld tot hobbelig en heeft een licht omgekrulde rand. Het oppervlak is duidelijk fluwelig,dof en licht tot donker roodbruin. Bij het ouder worden verdwijnt hier en daar het viltige oppervlak; de hoedhuid is dan vaak gebarsten. De buisjes zijn heel kort en hebben fijne, gele tot geelgroene poriŽn, die bij aanraking blauw kleuren. De steel, vier tot acht cm lang en twee tot zes cm dik, is smal kegel-, spoel- tot buikvormig, en korter dan de diameter van de hoed; onderaan loopt hij taps toe. Hij vertoont geen netstructuur en is licht vlokkig. Kleur : bovenaan de steel wittig tot geelbruinig en onderaan bruin tot roestbruin. Het vlees is dik, hard en wittig. Bij jonge exemplaren is het vaak bovenin de buisjes en onder het hoedvlies gedeeltelijk gelig. Bij oude exemplaren wordt het vlees op breukvlakken hier en daar groenblauw en kleurt bij verdroging bruinig. De geur doet denken aan het eekhoorntjesbrood, maar de smaak is vaak wat bitter.
Deze boleten groeien van juli tot augustus in eiken- en beukenbossen, meestal tussen de hei. Ze zijn te vinden van het laagland tot in heuvelachtige gebieden. Ze zijn echter vrij zeldzaam; in Europa zijn maar een paar groeiplaatsen bekend. Hoewel ze wel eetbaar zijn, dienen ze beschermd, en dus niet geplukt, te worden.
 

© 2006 - WORLDEXPLORER
Google